|
| |
Vlaanderse kant : deze typische
kantsoort, waarvan de benaming verwijst naar een Vlaamse herkomst heeft florale,
dierlijke of aan het dagelijks leven ontleende massieve motieven, repetitief,
vaak een bolletje als zaaimotief in de tralie.
Grondwerk : vijfgaatjesgrond, volwerk : linnenslag of netslag. Versieringen : sneeuwvlokken in de ruimte
tussen en in de motieven, openluchtjes in het volwerk, sierdraad en ring om de
motieven, picots aan de rand.
Met Oudvlaamse
kant bestempelt men de kloskant die in België, Nederland en
Noord-West-Frankrijk tijdens de 16de, 17de en 18de eeuw tot stand kwam.
Tot in de 18de eeuw worden alle kanten "Oud-Vlaamse"of
"Vlaanderse"kanten genoemd. Pas nadien zullen er specifieke namen
ontstaan
Oud Vlaamse kloskant
Parijse
kloskant
: ontstaan in de omgeving van de Parijse hoofdstad gedurende de
18de eeuw.Technisch beschouwd is het voornaamste kenmerk de zeshoekige
tralie die gevormd wordt door het door elkaar kruisen van driehoeken.
detail van Parijse grond
Binche kloskant : ontstaan uit de Oudvlaamse
kloskant behoort de Binchekant tot één van de bekendste en fijnste
kantsoorten, ongetwijfeld het neusje van de zalm,
het wordt ook wel "toveressesteek" of "point de
f'ée"genoemd.Met deze vrij recente benaming bedoelt men de rijkdom aan
kleine vierkante kunstslagen die de grond
omtoveren tot een ragfijn kantwerk en met behulp van soms honderden klosjes en
zeer fijne draad tot stand komen. Sinds ongeveer een eeuw maakt men geen kant
meer in de stad Binche, waar deze in de 17de eeuw ontstaan was.

de trompette, een
binchekant
detail
Chantilly Kant

draadtekening Chantilly. point de
raccroc
De nabij de Franse hoofdstad gelegen Picardische stad Chantilly
gaf haar naam aan een van de meest geliefde kantsoorten uit de 19de eeuw. Zoals
borduurwerk op tule diende de overwegend zwarte Chantilly kloskant voor de
versiering van de kledij. Vanaf omstreeks 1740 tot aan de Franse Revolutie telde
de Manufacture de Chantilly zeer veel werksters. Onder keizer Napoleon kwam de
Chantilly-kant tot grote bloei en onder het Tweede Keizerrijk was het een zeer
favoriete kant. Na de ineenstorting van het Keizerrijk in het jaar 1870 en
tevens onder invloed van de veranderde mode , geraakte deze kloskant stilaan uit
de mode.Er werd niet alleen geproduceerd in Calvados, Bayeux en Le Puy maar ook
in de Belgische steden Edingen en Geraardsbergen. Deze laatste stad werd het
centrum van de Chantilly-kant, die men verkocht onder de naam "Dentelle de
Grammont".De zowel in Frankrijk als in België gemaakte kant van dit type
is bijna niet van elkaar te onderscheiden. Alhoewel witte draad uitzonderlijk
gebruikt werd , kloste men meestal met zwarte zijde. De motieven zijn licht en
frivool en doorgaans van florale aard. De in stroken gekloste kant wordt
onzichtbaar aan elkaar gehecht met de "point de raccroc". Kenmerkend
is het fijne opengewerkte ornament dat, omgeven door een dikke draad,
gelijktijdig met de achtergrond in afgeronde maas is geklost. Men maakte in
Chantilly vrij grote stukken zoals o.a. de bekende puntsjaals. Ook kleine
voorwerpen kwamen tot stand, waaronder fraaie waaiers en allerhande
kledij-onderdelen met vlinders, bloemen en vogels.
( Uit "Kant op zijn best")
terug naar kantsoorten
terug naar begin
|